Vici.org

Summary

Grafpijler

Class:

  • Grave or burial field
  • invisible
  • Location ± 100-500 m.
(see also PELAGIOS)

Identifiers:

Nearby

Limesweg tussen Vechten en Wijk bij Duurstede

Limesweg tussen Vechten en Wijk bij Duurstede

Zure Maat nederzetting

Grote nederzetting met mogelijke steenbouw

Villa 't Goy-Tuurdijk

Villa 't Goy-Tuurdijk

Villa Cothen-De Zemelen

Villa Cothen-De Zemelen

Images

Surroundings (Panoramio)

Annotation

There is no English annotation yet. Presented is an annotation in Dutch.

In 1839 en 1844 zijn bij de Zure Maat (de exacte locatie is niet meer bekend) fragmenten van een groot grafmonument met beeldhouwwerk gevonden. Dit soort monumenten zijn in de Bataafse civitas uiterst zeldzaam. Het is aannemelijk dat een dergelijk monument niet zomaar langs een willekeurig landweggetje heeft gestaan, maar dat de grafpijler op een opvallende plek in het landschap was geplaatst. Wat dat betreft is de positie goed gekozen op de linker- oever van de Rijn en ongetwijfeld in de directe omgeving van de via militaris. 1  2

Het beeldhouwwerk is ca. 1/3 levensgrootte, van vrij goede bewerking en 6,5 cm uitspringend. In het midden van de breedste zijde bevindt zich een rond schild van 20 cm middellijn, waarbinnen een naakste vrouwelijke buste, naar het schijnt. Het aangezicht is te zeer geschonden om de gelaatstrekken te onderscheiden, doch het schijnt een jeugdige persoon te zijn, van hoofddeksel ontbloot enkel met losse krullende haren voorzien. Van dit schild daalt aan elke zijde een guirlande of koord neer, dat rechts uit bladeren bestaat en in een knop of bal, die met drie zich kruisende banden omwonden is, eindigde en dat links een blote band schijnt te zijn. Onder de guirlande is aan de rechterzijde is het bovenste gedeelte van een vrouwelijk hoofd in profil naar de rechterzijde gekeerd. Het hoofdhaar is in smalle, nette, naast elkaar liggende vlechten opgestoken en op de kruin in een knoop verenigd, terwijl een gedeelte ervan van het voorhoofd langs het aangezicht, golvenvormig omgebogen, afwaarts daalt. De houding van het hoofd en het levendige, geopende oog schijnt aan te tonen dat de vrouw, die hoogstwaarschijnlijk staat, in beweging is. Aan de linkerzijde van het schild bevinden zich onder het koord twee bovengedeelten van mannelijke hoofden, naar het schijnt, door een rechtstandige fakkel (waarvan ook slechts het bovenstuk over is) van elkaar afgescheiden. Het ene hoofd, naast bij het schild, is enigszins naar de linkerschouder overgebogen (wellicht de uitdrukking van rust) en daarachter ziet men twee koorden of linten die op zo'n wijze om het bovenhangende koord geslagen zijn, dat men vermoeden zou dat zij de persoon, bij wiens hoofd ze gezien worden, van achter hadden omstrikt. Het andere hoofd was, evenals de fakkel, meer rechtstandig en het schijnt dat de fakkel bij dat hoofd hoort, zodat de persoon tot wie het hoofd behoort, de fakkel met de linkerhand omhooggehouden schijnt te hebben; misschien was die persoon een genius. Aan geen van de hoofden kan men de aangezichten meer onderscheiden; ook blijkt niet duidelijk of zij van kort haar, dan wel van een ronde, zich plat aan het hoofd aansluitende muts voorzien waren.

De voorstelling heeft misschien een mythisch karakter of heeft betrekking tot de dood, de lijkplechtigheden of de toestand na de dood. Het vrouwelijk hoofdje op het schild is vermoedelijk de persoon of een der personen, wier aandenken men door dit gedenkteken heeft gehuldigd3.

References

  1. Byvanck A.W. Nederland in Den Romeinschen Tijd
  2. Vos, W.K. Bataafs platteland : Het Romeinse nederzettingslandschap in het Nederlandse Kromme-Rijngebied
  3. Rijksmuseum van Oudheden: beschrijving object BW 3

In 1839 en 1844 zijn bij de Zure Maat (de exacte locatie is niet meer bekend) fragmenten van een groot grafmonument met beeldhouwwerk gevonden. Dit soort monumenten zijn in de Bataafse civitas uiterst zeldzaam. Het is aannemelijk dat een dergelijk monument niet zomaar langs een willekeurig landweggetje heeft gestaan, maar dat de grafpijler op een opvallende plek in het landschap was geplaatst. Wat dat betreft is de positie goed gekozen op de linker- oever van de Rijn en ongetwijfeld in de directe omgeving van de via militaris. 1  2

Het beeldhouwwerk is ca. 1/3 levensgrootte, van vrij goede bewerking en 6,5 cm uitspringend. In het midden van de breedste zijde bevindt zich een rond schild van 20 cm middellijn, waarbinnen een naakste vrouwelijke buste, naar het schijnt. Het aangezicht is te zeer geschonden om de gelaatstrekken te onderscheiden, doch het schijnt een jeugdige persoon te zijn, van hoofddeksel ontbloot enkel met losse krullende haren voorzien. Van dit schild daalt aan elke zijde een guirlande of koord neer, dat rechts uit bladeren bestaat en in een knop of bal, die met drie zich kruisende banden omwonden is, eindigde en dat links een blote band schijnt te zijn. Onder de guirlande is aan de rechterzijde is het bovenste gedeelte van een vrouwelijk hoofd in profil naar de rechterzijde gekeerd. Het hoofdhaar is in smalle, nette, naast elkaar liggende vlechten opgestoken en op de kruin in een knoop verenigd, terwijl een gedeelte ervan van het voorhoofd langs het aangezicht, golvenvormig omgebogen, afwaarts daalt. De houding van het hoofd en het levendige, geopende oog schijnt aan te tonen dat de vrouw, die hoogstwaarschijnlijk staat, in beweging is. Aan de linkerzijde van het schild bevinden zich onder het koord twee bovengedeelten van mannelijke hoofden, naar het schijnt, door een rechtstandige fakkel (waarvan ook slechts het bovenstuk over is) van elkaar afgescheiden. Het ene hoofd, naast bij het schild, is enigszins naar de linkerschouder overgebogen (wellicht de uitdrukking van rust) en daarachter ziet men twee koorden of linten die op zo'n wijze om het bovenhangende koord geslagen zijn, dat men vermoeden zou dat zij de persoon, bij wiens hoofd ze gezien worden, van achter hadden omstrikt. Het andere hoofd was, evenals de fakkel, meer rechtstandig en het schijnt dat de fakkel bij dat hoofd hoort, zodat de persoon tot wie het hoofd behoort, de fakkel met de linkerhand omhooggehouden schijnt te hebben; misschien was die persoon een genius. Aan geen van de hoofden kan men de aangezichten meer onderscheiden; ook blijkt niet duidelijk of zij van kort haar, dan wel van een ronde, zich plat aan het hoofd aansluitende muts voorzien waren.

De voorstelling heeft misschien een mythisch karakter of heeft betrekking tot de dood, de lijkplechtigheden of de toestand na de dood. Het vrouwelijk hoofdje op het schild is vermoedelijk de persoon of een der personen, wier aandenken men door dit gedenkteken heeft gehuldigd3.

References

  1. Byvanck A.W. Nederland in Den Romeinschen Tijd
  2. Vos, W.K. Bataafs platteland : Het Romeinse nederzettingslandschap in het Nederlandse Kromme-Rijngebied
  3. Rijksmuseum van Oudheden: beschrijving object BW 3