Vici.org

Summary

Terrein waarin fundamenten van een villa.

Class:

  • Villa rustica
  • invisible
  • Location ± 5-25 m.
(see also PELAGIOS)

Identifiers:

Nearby

Streekmuseum Hansenhof Hasselt (Velden)

Museum Hansenhof Hasselt (Velden)

Limburgs Museum

Museum met een ruime Romeinse regionaal-archeologische collectie.

Castellum Blariacum

Mogelijk locatie van het castellum van Blariacum.

Openluchtheiligdom of cultusplaats in Lomm

Bij de aanleg van de hoogwatergeul op de grens van Velden en Lomm, op een steenworp afstand van de Maas, vinden archeologen in 2007 en 2008 een grafveld en een cultusplaats uit de ijzertijd-Romeinse Tijd.

Images

Surroundings (Panoramio)

Annotation

There is no English annotation yet. Presented is an annotation in Dutch.

Terrein met sporen een villa-complex. In 1975 werd een deel van een Romeins gebouw (2x3 m) blootgelegd tijdens een illegale opgraving. Aangetroffen werd een stuk fundering/muurwerk opgetrokken uit 'oersteen' (brokken ijzeroer); afmetingen 2 x 1 m. Later werden twee evenwijdig verlopende muren (nog zeker 1 m hoog) met een tussenafstand van circa 4 m. gevonden. Aan beide zijden verdwenen ze in de putwand, zodat de totale lengte niet bekend is. Tussen beide muren bevindt zich een ruimte die is gevuld met vuile grond waarin vrij veel scherven voorkomen uit de Romeinse tijd benevens losse brokken 'oersteen' en andersoortige, soms rechthoekig bekapte, natuurstenen en stukken van gebakken vloertegels. Een interpretatie als kelder ligt het meest voor de hand. Daarnaast werden (slechts) enkele Romeinse kuilen gevonden.

Er zijn twee verklaringen voor de hier aangetroffen - of beter de veelal niet aangetroffen - sporen te geven. De meest waarschijnlijke is dat het hier inderdaad om een villaterrein gaat waar de gebouwsporen, behalve die van een diep ingegraven kelder, in de loop van de tijd geheel zijn verdwenen. Daarbij de aantekening dat het dan wel vreemd is dat zich op het terrein vrijwel geen andere Romeinse sporen lijken te bevinden en dat ook in de bouwvoor in het geheel geen bouwafval voorkomt, behalve ter plaatse van de kelder. Mogelijk een houten villa met slechts een stenen kelder? Ook in dat geval zouden meer grondsporen, in het bijzonder paalkuilen, verwacht mogen worden in de omgeving van de kelder, en die ontbreken ten enen male. Een andere mogelijkheid is dat het geen kelder is geweest, maar dat de constructie een ander functie heeft vervuld (een bassin, een grafmonument, of een half ondergronds gebouwtje?).1

Uit het boek: Velde tusse grens en Maas,
wie’ste bis en wie’ste vruejer waas. (Uitgave: Stichting Veldens Boek)

Door Schandelo loopt de Straelseweg, die op oude
kaarten Zanterweg (de weg naar Xanten of naar
Zandt in Straelen) wordt genoemd. In de Romeinse
tijd is de Zanterweg misschien een zijstraat van de
belangrijke Romeinse straat van Xanten naar Keulen.
Op een akker in het Wieland aan de Straelseweg,
dat nu hoort bij het adres Muldersweg 6, gebeuren
tijdens het ploegen merkwaardige dingen. Telkens
klapt op dezelfde plek de beveiligingsveer uit van het
landbouwapparaat van Herman van Wijlick en zijn
zoon Har. Er moet iets in de grond zitten waardoor de
ploeg blokkeert. Als Herman in augustus 1975 veel
Maaskeien en een handvol scherven naar boven haalt,
wordt het pas echt spannend. Moeder Van Wijlick-
Boonen waarschuwt Jo Stoel die meteen komt kijken.
Een dag later keert ze met prikker, boor en schop
terug. Met hulp van Harm Kroon graven Herman en Jo,
nadat ze melding doen bij de R.O.B., een proefsleuf.
De restanten van een muur worden zichtbaar. Ze zijn
gemaakt van in rechthoekige vorm gekapte blokken
ijzeroer. In de muur is een nis uitgespaard die met
tegulae (platte dakpannen) is afgewerkt. De muren
zijn volgens Stoel van Romeinse origine. Provinciaal
archeoloog Bloemers bevestigt een week later de
juistheid van haar waarneming. Zo wordt de villa van
Schandelo ontdekt.

Kritiek op de vinders
In 1984 schrijft historicus Jos Schatorjé, voor de
Historische Werkgroep een uitgebreid rapport met als
titel ‘Scherven uit Schandelo, op zoek naar Romeinse
villae in het Maasdal’. Schatorjé is blijkbaar enigszins
teleurgesteld in de handelwijze van Stoel en Van Wijlick
in augustus 1975. ‘Helaas is door de betrokkenen
niet op een systematische wijze gegraven en hebben
zij geen opgravingstekeningen gemaakt. De gravers

hebben geen profi el van het in de kelder opgebouwde
pakket van verschillende aardlagen opgetekend
en gefotografeerd, waardoor eventuele meerdere
bewoningsfasen niet kunnen worden vastgesteld’, aldus
Schatorjé, die blijkbaar liever had gezien dat Stoel en
Van Wijlick hadden gewacht met graven totdat een
beroepsarcheoloog ter plekke was geweest. Stoels
collega, Hay Gout noemt de kritiek van Schatorjé wat
overdreven. ‘Stoel heeft na overleg met de R.O.B.
een proefsleuf gegraven die weer redelijk snel is
dichtgegooid in afwachting van de ‘echte’ opgraving’.
Maar die moet nog plaatsvinden, al is de vraag of dat
ooit gebeurt, reageert van Wijlick, de zoon van de in
1989 overleden vinder. ‘Zo lang de locatie niet bedreigd
wordt, is er geen noodzaak om de Schandelose villa in
zijn geheel op te graven’, laat Schatorjé weten. Daarom
is op de plek van de villa, een hoger liggend deel van
een weiland, achter de tuinderskas van Har, sinds de
kleine opgraving van 1975 geen schop meer de grond in
gegaan. De paarden en veulens van Van Wijlick draven
op de Romeinse villaresten en houden voorlopig een
oogje in het zeil.

Romeinse kelder
Een Romeinse villa is een aantal eenvoudige
woongebouwen en stallen die samen een
boerengemeenschap vormen, en waarvan tenminste
het hoofdgebouw in Romeinse stijl is gebouwd. Muren
zijn van steen of vakwerkbouw, daken zijn met
pannen gedekt. De bewoners staan waarschijnlijk in
contact met eigenaren van andere villa’s. Historici
gaan ervan uit dat er in Schandelo contact was
met de villabewoners van de Steening in Arcen. Er
leven in een villa meerdere personen en gezinnen.
De grond die wordt bewerkt, is meestal tussen de
80 en 200 hectare groot. Het hoofdgewas is graan,
voor een groot deel geteeld voor het leger van de
Romeinen en voor de handel. Ook voedergewassen
worden geteeld. De grond in Schandelo is in het begin
van onze jaartelling door zijn goede kwaliteit al in
gebruik als landbouwgrond. Het vee wordt geweid
in de broekgronden en op de hogere gronden van
slechtere kwaliteit. De fundering van de Schandelose
villa is ongeveer 1.80m onder het maaiveld gevonden.
Nagenoeg zeker is dit de fundering van een kelder.
Volgens Schatorjé heeft de kelder ongetwijfeld tot
een groter gebouw behoord met waarschijnlijk een
houten plafond dat tijdens een brand is verwoest.
Ongeveer een halve meter onder het maaiveld is
ook een plaveisel gevonden van Maaskeien, wat
wijst op verharding rondom de gebouwen. Verder
vinden archeologen restanten van ijzeren spijkers
en honderden fragmenten van aardewerk potten,
schalen, borden, kommen, kannen, bekers, potten,
wrijfschalen, kaaspersen en gezichtsurnen. Het
aardewerk is gemaakt in de periode 150 tot 250 na
Christus. Ook zijn fragmenten van platte en halfronde

dakpannen, bakstenen, vierkante verwarmingsbuizen
en tegels van pijlers gevonden waaruit blijkt dat
in de villa een centraal verwarmingssysteem heeft
gewerkt. Uit de opgraving wordt niet duidelijk
wanneer de bewoning en/of bouw van de villa
zijn begonnen. Alleen een nieuwe opgraving kan
duidelijkheid verschaffen, meent Schatorjé, en hij
adviseert iedereen in de toekomst in dit gebied uiterst
oplettend te werk te gaan bij ruilverkavelings- of
graafwerkzaamheden.
Gezichtsurnen en kaaspersen
Schatorjé kan uit de gevonden scherven 172
verschillende exemplaren keramiek reconstrueren.
In zijn scriptie beschrijft en tekent hij de keramische
vondsten uitgebreid. Het valt hem op dat er in
Romeins Schandelo vooral ruwwandig aardewerk
was zoals kookpotten en aardewerk voor de opslag
van goederen. Het aantal scherven afkomstig van
het zogenoemde ‘terra sigillata’, het tafelaardewerk,
is gering. Opvallend is een wandfragment van een
bord met daarin de drie letters FLO aangebracht.

Het staat wellicht voor FLORI en betekent ‘van Florus’.

Archeologen komen de naam vaker tegen
op Romeinse vondsten in de regio. Interessant zijn
ook resten van zes kookpotten waaronder enkele
gezichtsurnen. ‘Op drie van de zes potten komt een
plastische versiering in de vorm van een neus, mond,
ogen of wenkbrauwen voor’, schrijft Schatorjé. Tot de
opmerkelijkste vondsten behoren ongetwijfeld drie
fragmenten van de bodem en de opgaande wand van
twee kaaspersen. In de bodem en de wand van het
43 mm hoge bakje zijn vierkante gaatjes gemaakt.
Volgens Schatorjé zijn vooral in Engeland exemplaren
van deze kaaspersen gevonden. ‘In Nederland zijn
ze minder bekend en ook gevonden in Venlo en
Bodegraven. De twee kaaspersen van Schandelo
zouden er op kunnen wijzen dat de kaasbereiding en
dus de veeteelt, wellicht een niet onbelangrijke rol
innamen in het agrarisch bedrijf in Schandelo’.

References

  1. KICH Straelse Weg; Wieland, Schandelo

Terrein met sporen een villa-complex. In 1975 werd een deel van een Romeins gebouw (2x3 m) blootgelegd tijdens een illegale opgraving. Aangetroffen werd een stuk fundering/muurwerk opgetrokken uit 'oersteen' (brokken ijzeroer); afmetingen 2 x 1 m. Later werden twee evenwijdig verlopende muren (nog zeker 1 m hoog) met een tussenafstand van circa 4 m. gevonden. Aan beide zijden verdwenen ze in de putwand, zodat de totale lengte niet bekend is. Tussen beide muren bevindt zich een ruimte die is gevuld met vuile grond waarin vrij veel scherven voorkomen uit de Romeinse tijd benevens losse brokken 'oersteen' en andersoortige, soms rechthoekig bekapte, natuurstenen en stukken van gebakken vloertegels. Een interpretatie als kelder ligt het meest voor de hand. Daarnaast werden (slechts) enkele Romeinse kuilen gevonden.

Er zijn twee verklaringen voor de hier aangetroffen - of beter de veelal niet aangetroffen - sporen te geven. De meest waarschijnlijke is dat het hier inderdaad om een villaterrein gaat waar de gebouwsporen, behalve die van een diep ingegraven kelder, in de loop van de tijd geheel zijn verdwenen. Daarbij de aantekening dat het dan wel vreemd is dat zich op het terrein vrijwel geen andere Romeinse sporen lijken te bevinden en dat ook in de bouwvoor in het geheel geen bouwafval voorkomt, behalve ter plaatse van de kelder. Mogelijk een houten villa met slechts een stenen kelder? Ook in dat geval zouden meer grondsporen, in het bijzonder paalkuilen, verwacht mogen worden in de omgeving van de kelder, en die ontbreken ten enen male. Een andere mogelijkheid is dat het geen kelder is geweest, maar dat de constructie een ander functie heeft vervuld (een bassin, een grafmonument, of een half ondergronds gebouwtje?).1

Uit het boek: Velde tusse grens en Maas,
wie’ste bis en wie’ste vruejer waas. (Uitgave: Stichting Veldens Boek)

Door Schandelo loopt de Straelseweg, die op oude
kaarten Zanterweg (de weg naar Xanten of naar
Zandt in Straelen) wordt genoemd. In de Romeinse
tijd is de Zanterweg misschien een zijstraat van de
belangrijke Romeinse straat van Xanten naar Keulen.
Op een akker in het Wieland aan de Straelseweg,
dat nu hoort bij het adres Muldersweg 6, gebeuren
tijdens het ploegen merkwaardige dingen. Telkens
klapt op dezelfde plek de beveiligingsveer uit van het
landbouwapparaat van Herman van Wijlick en zijn
zoon Har. Er moet iets in de grond zitten waardoor de
ploeg blokkeert. Als Herman in augustus 1975 veel
Maaskeien en een handvol scherven naar boven haalt,
wordt het pas echt spannend. Moeder Van Wijlick-
Boonen waarschuwt Jo Stoel die meteen komt kijken.
Een dag later keert ze met prikker, boor en schop
terug. Met hulp van Harm Kroon graven Herman en Jo,
nadat ze melding doen bij de R.O.B., een proefsleuf.
De restanten van een muur worden zichtbaar. Ze zijn
gemaakt van in rechthoekige vorm gekapte blokken
ijzeroer. In de muur is een nis uitgespaard die met
tegulae (platte dakpannen) is afgewerkt. De muren
zijn volgens Stoel van Romeinse origine. Provinciaal
archeoloog Bloemers bevestigt een week later de
juistheid van haar waarneming. Zo wordt de villa van
Schandelo ontdekt.

Kritiek op de vinders
In 1984 schrijft historicus Jos Schatorjé, voor de
Historische Werkgroep een uitgebreid rapport met als
titel ‘Scherven uit Schandelo, op zoek naar Romeinse
villae in het Maasdal’. Schatorjé is blijkbaar enigszins
teleurgesteld in de handelwijze van Stoel en Van Wijlick
in augustus 1975. ‘Helaas is door de betrokkenen
niet op een systematische wijze gegraven en hebben
zij geen opgravingstekeningen gemaakt. De gravers

hebben geen profi el van het in de kelder opgebouwde
pakket van verschillende aardlagen opgetekend
en gefotografeerd, waardoor eventuele meerdere
bewoningsfasen niet kunnen worden vastgesteld’, aldus
Schatorjé, die blijkbaar liever had gezien dat Stoel en
Van Wijlick hadden gewacht met graven totdat een
beroepsarcheoloog ter plekke was geweest. Stoels
collega, Hay Gout noemt de kritiek van Schatorjé wat
overdreven. ‘Stoel heeft na overleg met de R.O.B.
een proefsleuf gegraven die weer redelijk snel is
dichtgegooid in afwachting van de ‘echte’ opgraving’.
Maar die moet nog plaatsvinden, al is de vraag of dat
ooit gebeurt, reageert van Wijlick, de zoon van de in
1989 overleden vinder. ‘Zo lang de locatie niet bedreigd
wordt, is er geen noodzaak om de Schandelose villa in
zijn geheel op te graven’, laat Schatorjé weten. Daarom
is op de plek van de villa, een hoger liggend deel van
een weiland, achter de tuinderskas van Har, sinds de
kleine opgraving van 1975 geen schop meer de grond in
gegaan. De paarden en veulens van Van Wijlick draven
op de Romeinse villaresten en houden voorlopig een
oogje in het zeil.

Romeinse kelder
Een Romeinse villa is een aantal eenvoudige
woongebouwen en stallen die samen een
boerengemeenschap vormen, en waarvan tenminste
het hoofdgebouw in Romeinse stijl is gebouwd. Muren
zijn van steen of vakwerkbouw, daken zijn met
pannen gedekt. De bewoners staan waarschijnlijk in
contact met eigenaren van andere villa’s. Historici
gaan ervan uit dat er in Schandelo contact was
met de villabewoners van de Steening in Arcen. Er
leven in een villa meerdere personen en gezinnen.
De grond die wordt bewerkt, is meestal tussen de
80 en 200 hectare groot. Het hoofdgewas is graan,
voor een groot deel geteeld voor het leger van de
Romeinen en voor de handel. Ook voedergewassen
worden geteeld. De grond in Schandelo is in het begin
van onze jaartelling door zijn goede kwaliteit al in
gebruik als landbouwgrond. Het vee wordt geweid
in de broekgronden en op de hogere gronden van
slechtere kwaliteit. De fundering van de Schandelose
villa is ongeveer 1.80m onder het maaiveld gevonden.
Nagenoeg zeker is dit de fundering van een kelder.
Volgens Schatorjé heeft de kelder ongetwijfeld tot
een groter gebouw behoord met waarschijnlijk een
houten plafond dat tijdens een brand is verwoest.
Ongeveer een halve meter onder het maaiveld is
ook een plaveisel gevonden van Maaskeien, wat
wijst op verharding rondom de gebouwen. Verder
vinden archeologen restanten van ijzeren spijkers
en honderden fragmenten van aardewerk potten,
schalen, borden, kommen, kannen, bekers, potten,
wrijfschalen, kaaspersen en gezichtsurnen. Het
aardewerk is gemaakt in de periode 150 tot 250 na
Christus. Ook zijn fragmenten van platte en halfronde

dakpannen, bakstenen, vierkante verwarmingsbuizen
en tegels van pijlers gevonden waaruit blijkt dat
in de villa een centraal verwarmingssysteem heeft
gewerkt. Uit de opgraving wordt niet duidelijk
wanneer de bewoning en/of bouw van de villa
zijn begonnen. Alleen een nieuwe opgraving kan
duidelijkheid verschaffen, meent Schatorjé, en hij
adviseert iedereen in de toekomst in dit gebied uiterst
oplettend te werk te gaan bij ruilverkavelings- of
graafwerkzaamheden.
Gezichtsurnen en kaaspersen
Schatorjé kan uit de gevonden scherven 172
verschillende exemplaren keramiek reconstrueren.
In zijn scriptie beschrijft en tekent hij de keramische
vondsten uitgebreid. Het valt hem op dat er in
Romeins Schandelo vooral ruwwandig aardewerk
was zoals kookpotten en aardewerk voor de opslag
van goederen. Het aantal scherven afkomstig van
het zogenoemde ‘terra sigillata’, het tafelaardewerk,
is gering. Opvallend is een wandfragment van een
bord met daarin de drie letters FLO aangebracht.

Het staat wellicht voor FLORI en betekent ‘van Florus’.

Archeologen komen de naam vaker tegen
op Romeinse vondsten in de regio. Interessant zijn
ook resten van zes kookpotten waaronder enkele
gezichtsurnen. ‘Op drie van de zes potten komt een
plastische versiering in de vorm van een neus, mond,
ogen of wenkbrauwen voor’, schrijft Schatorjé. Tot de
opmerkelijkste vondsten behoren ongetwijfeld drie
fragmenten van de bodem en de opgaande wand van
twee kaaspersen. In de bodem en de wand van het
43 mm hoge bakje zijn vierkante gaatjes gemaakt.
Volgens Schatorjé zijn vooral in Engeland exemplaren
van deze kaaspersen gevonden. ‘In Nederland zijn
ze minder bekend en ook gevonden in Venlo en
Bodegraven. De twee kaaspersen van Schandelo
zouden er op kunnen wijzen dat de kaasbereiding en
dus de veeteelt, wellicht een niet onbelangrijke rol
innamen in het agrarisch bedrijf in Schandelo’.

References

  1. KICH Straelse Weg; Wieland, Schandelo