There is no English annotation yet. Presented is an annotation in Dutch.
In 1992 en 1993 is vooruitlopend op de realisatie van het grootschalige nieuwbouwproject Leidsche Rijn een Aanvullende Archeologische Inventarisatie (AAI) uitgevoerd in het gebied tussen Utrecht en Harmelen. Hierbij is onder meer een nederzetting uit de Romeinse tijd ontdekt ten oosten van de Meentweg in De Meern.
Ter aanvulling van het inventariserend onderzoek is in 1998 een Aanvullend Archeologisch Onderzoek (AAO) uitgevoerd. Hierbij zijn nederzettingsresten aangetroffen over een oppervlakte van tenminste 85x150 m. De nederzetting leek zich uit te strekken op de noordelijke oever van een oost-west georiënteerde geul. Het vondstmateriaal leidde tot een datering van de sporen in de eerste en mogelijk de 2de eeuw na Chr., en in de 11de en 12de eeuw. Op basis van dit onderzoek is de inrichting van het kort daarop aangelegde Meentpark aangepast, zodat het westelijke deel van de vindplaats in situ kon worden behouden.
Voor het oostelijk deel van de vindplaats is vervolgens aangedrongen op een Definitief Archeologisch Onderzoek (DAO) voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden op het bedrijventerrein. In 2003 en 2004 is hier archeologisch onderzoek verricht waarbij sporen van een boerderij met omliggend erf zijn blootgelegd. Op basis van het vondstmateriaal wordt de boerderij en het omringende erf in de periode 40 tot 80 na Chr. gedateerd. Voorts is op een afstand van 28 m ten zuidoosten van de boerderij een steiger aangetroffen.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek in 1998 zijn 20 meter ten westen van het onderzoeksterrein houten palen in de geulbedding aangetroffen, die mogelijk een brug over de geul hebben gedragen. Een van deze palen is dendrogedateerd in 25-26 na Chr. Ten noorden en oosten van de boerderij zijn plattegronden van 24 bijgebouwen aangetroffen. Het grootste bijgebouw (6,0 bij 3,8 m) kan op basis van de constructie wijze met standgreppels in de Romeinse tijd geplaatst worden. De overige 23 bijgebouwen betreffen spiekers. In de nederzetting zijn verschillende greppels en greppelsystemen aangetroffen. Twee greppels omsluiten de boerderij en het omliggende erf. Het vondstmateriaal van de nederzetting bestaat uit aarde werk, zowel handgevormd als op de draaischijf vervaardigd, metaal, dierlijk botmateriaal, botanisch materiaal zoals zaden en pollen, hout, glas, keramisch bouwmateriaal en natuursteen. Kwantitatief ligt de nadruk op lokaal geproduceerd handgevormd aardewerk. Op basis van de magering kan veel van dit aardewerk in de vroeg-Romeinse tijd geplaatst worden. 12345
References
- ↑Luksen-IJtsma, A. 2009. Oudenrijnseweg. Archeologisch onderzoek van een inheems-Romeinse nederzetting uit de eerste eeuw na Chr. en een vlasrootcomplex uit de twaalfde eeuw na Chr. in De Meern, gemeente Utrecht (Basisrapportage Archeologie 25). Utrecht, Cultuurhistorie gemeente Utrecht.
- ↑Luksen-IJtsma, A. 2007. De Meern, Oudenrijnseweg. Archeologische Kroniek Provincie Utrecht 2004-2005, blz. 157-163.
- ↑Bakker, A. 2000. Aanvullend Archeologisch Onderzoek in de gemeente Vleuten-De Meern (provincie Utrecht). Vindplaats De Meern-Meentweg (ADC rapport 29). Bunschoten, Archeologisch Diensten Centrum
- ↑Haarhuis, H.F.A. & E.P. Graafstal, 1993. Vleuten-Harmelen, een archeologische kartering, inventarisatie en waardering (RAAP-rapport 80). Amsterdam, Stichting R.A.A.P., catalogusnummer 37.
- ↑ARCHIS-waarnemingen 44586, 50463 en 120495; AMK-nummer 11439
In 1992 en 1993 is vooruitlopend op de realisatie van het grootschalige nieuwbouwproject Leidsche Rijn een Aanvullende Archeologische Inventarisatie (AAI) uitgevoerd in het gebied tussen Utrecht en Harmelen. Hierbij is onder meer een nederzetting uit de Romeinse tijd ontdekt ten oosten van de Meentweg in De Meern.
Ter aanvulling van het inventariserend onderzoek is in 1998 een Aanvullend Archeologisch Onderzoek (AAO) uitgevoerd. Hierbij zijn nederzettingsresten aangetroffen over een oppervlakte van tenminste 85x150 m. De nederzetting leek zich uit te strekken op de noordelijke oever van een oost-west georiënteerde geul. Het vondstmateriaal leidde tot een datering van de sporen in de eerste en mogelijk de 2de eeuw na Chr., en in de 11de en 12de eeuw. Op basis van dit onderzoek is de inrichting van het kort daarop aangelegde Meentpark aangepast, zodat het westelijke deel van de vindplaats in situ kon worden behouden.
Voor het oostelijk deel van de vindplaats is vervolgens aangedrongen op een Definitief Archeologisch Onderzoek (DAO) voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden op het bedrijventerrein. In 2003 en 2004 is hier archeologisch onderzoek verricht waarbij sporen van een boerderij met omliggend erf zijn blootgelegd. Op basis van het vondstmateriaal wordt de boerderij en het omringende erf in de periode 40 tot 80 na Chr. gedateerd. Voorts is op een afstand van 28 m ten zuidoosten van de boerderij een steiger aangetroffen.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek in 1998 zijn 20 meter ten westen van het onderzoeksterrein houten palen in de geulbedding aangetroffen, die mogelijk een brug over de geul hebben gedragen. Een van deze palen is dendrogedateerd in 25-26 na Chr. Ten noorden en oosten van de boerderij zijn plattegronden van 24 bijgebouwen aangetroffen. Het grootste bijgebouw (6,0 bij 3,8 m) kan op basis van de constructie wijze met standgreppels in de Romeinse tijd geplaatst worden. De overige 23 bijgebouwen betreffen spiekers. In de nederzetting zijn verschillende greppels en greppelsystemen aangetroffen. Twee greppels omsluiten de boerderij en het omliggende erf. Het vondstmateriaal van de nederzetting bestaat uit aarde werk, zowel handgevormd als op de draaischijf vervaardigd, metaal, dierlijk botmateriaal, botanisch materiaal zoals zaden en pollen, hout, glas, keramisch bouwmateriaal en natuursteen. Kwantitatief ligt de nadruk op lokaal geproduceerd handgevormd aardewerk. Op basis van de magering kan veel van dit aardewerk in de vroeg-Romeinse tijd geplaatst worden. 12345
References
- ↑Luksen-IJtsma, A. 2009. Oudenrijnseweg. Archeologisch onderzoek van een inheems-Romeinse nederzetting uit de eerste eeuw na Chr. en een vlasrootcomplex uit de twaalfde eeuw na Chr. in De Meern, gemeente Utrecht (Basisrapportage Archeologie 25). Utrecht, Cultuurhistorie gemeente Utrecht.
- ↑Luksen-IJtsma, A. 2007. De Meern, Oudenrijnseweg. Archeologische Kroniek Provincie Utrecht 2004-2005, blz. 157-163.
- ↑Bakker, A. 2000. Aanvullend Archeologisch Onderzoek in de gemeente Vleuten-De Meern (provincie Utrecht). Vindplaats De Meern-Meentweg (ADC rapport 29). Bunschoten, Archeologisch Diensten Centrum
- ↑Haarhuis, H.F.A. & E.P. Graafstal, 1993. Vleuten-Harmelen, een archeologische kartering, inventarisatie en waardering (RAAP-rapport 80). Amsterdam, Stichting R.A.A.P., catalogusnummer 37.
- ↑ARCHIS-waarnemingen 44586, 50463 en 120495; AMK-nummer 11439